Vraagstuk Delfzijl met antwoord

(door John Coenders)

De kruiplijncoaster en het motorschip (9 meter lang) willen vanuit de Farmsumerhaven het Eemskanaal opvaren.

Het vrachtschip komt uit de zeesluis Delfzijl en vaart, niet strak aan stuurboord, in westelijke richting naar het Van Starkenborgkanaal. Het zeiljacht, 12 meter lang, wil schutten richting Eems Dollard. Er staat een krachtige wind uit het west-zuidwesten.

De kruiplijncoaster zoekt contact via de marifoon, maar krijgt geen respons. Het kan zijn dat de marifooninstallatie van het vrachtschip niet functioneert. Het vrachtschip is overigens, evenals de kruiplijncoaster, verplicht op het Eemskanaal 2 marifoons aan boord te hebben en uit te luisteren. Als motorschip en zeiljacht een marifooninstallatie aan boord hebben, zijn zij verplicht uit te luisteren. Dus het kan zijn dat zij geen marifoon aan boord hebben. Dat is geen verplichting voor beide schepen.

De kruiplijncoaster geeft het sein een lang en twee kort.

De vraag is of er in deze situatie sprake is van voorrang. Wie wijkt voor wie? Mag de kruiplijncoater de haven uitvaren en op welke voorwaarden? Welke regels gelden er voor de andere schepen ten opzichte van elkaar?

Delfzijl antwoord

DE kruiplijncoaster mag de haven uitvaren en het Eemskanaal opvaren als het zich ervan overtuigd heeft dat dat zonder gevaar voor andere schepen kan. Dus de coaster mag zowel het vrachtschip alsook het zeilschip niet dwingen om plotseling van koers of snelheid te moeten veranderen.

De coaster verlangt medewerking van het vrachtschip door het aandachtsein en de twee korte stoten (Pas op: ik verlang medewerking, kom naar buiten en draai op naar Bakboord).

Het vrachtschip verleent medewerking aan de coaster.

De coaster moet inschatten of het zeiljacht, dat voor de wind vaart, niet in gevaar wordt gebracht en op die basis zijn manoeuvre in- en doorzetten.

Het zeiljacht is een klein schip en verleent dus voorrang aan de coaster, met inachtneming van voorgaande opmerkingen. Het motorschip mag geen medewerking verlangen van het vrachtschip (klein mag geen medewerking verlangen van groot). Het mag echter wel, indien nodig of gewenst, medewerking verlangen van het zeiljacht. (Klein mag medewerking verlangen van klein).

Voor het zeiljacht is het beste advies om echt stuurboordwal te blijven varen. Het heeft dan in alle gevallen het recht van de weg. Het zeiljacht moet in het Eemskanaal de motor voor onmiddellijk gebruik gereed hebben.

Deze, waargenomen, situatie maakt een van de uitgangspunten van het vaarreglement duidelijk: op het water ben en blijf je te allen tijde met elkaar verantwoordelijk.

Gelezen: 75 keer