Brandje geblust

(door José Groen)

 

Het is alweer flink wat jaren geleden, maar ik vergeet het nooit. Met drie boten, ‘bemand’ met enkel vrouwen, vertrokken we op een fraaie vrijdag richting Terschelling. De ene boot was wat sneller dan de andere en ik arriveerde als laatste. Na een heerlijke tocht tuften we op ons gemakje richting haven. De havenmeester ving ons op en op onze vraag waar de andere boten afgemeerd lagen antwoordde hij: ‘Straatje nr. 3.’  Een redelijk volgepakt straatje, waar voor ons echt geen plaats meer was en geen spoor van onze ‘zusterboten’ te bekennen. Dus de kont gekeerd onder toeziend oog van de nodige stuurlui in kuipen en op zoek naar de havenmeester. Die had zich vergist; we moesten twee straatjes verder zijn.

Na de nodige moeite (wind dwars op de kop en een wielwerking die vooral in je voordeel zou hebben gewerkt als je niet over bakboord, maar stuurboord afgemeerd had) lagen we langszij de vriendinnen. En dat het niet straatje 3, maar 5 was, was maar gelukkig ook, bleek een paar uur later.

Na een prima maaltijd zaten we gezellig in de grootste kuip met een bakje koffie bij te kletsen, toen er een enorme dreun klonk en we de luchtdruk in ons gezicht voelden. Iedereen in de wijde omtrek zat stijf van schrik. En toen meteen het besef: een gasontploffing! Consternatie alom en nog geen tien minuten later landde de eerste traumahelikopter op het grasveldje achter het havengebouw, de eerste ja, want er was nog een tweede heli nodig. Op gepaste afstand volgden we het drama en al gauw hoorden we wat er gebeurd was. In straatje nr. 3 was inderdaad een gasfles ontploft aan boord van een klein jacht met drie opvarenden. Daar had ik ook kunnen liggen! Toevallig lag er een boot van de reddingsbrigade aan dezelfde steiger (reden waarom veel mensen eerst dachten dat het een oefening was) en die sleepte het brandende jacht nadat de gewonden van boord waren gehaald snel het Wad op, weg uit de drukte.

De hele avond hoorde je groepjes mensen praten over hun eigen gasaansluiting aan boord. Verhalen variërend van ‘Wij controleren ieder jaar alle aansluitingen en slangen’ tot ‘Eigenlijk nooit over nagedacht, geen idee, kijk daar nooit naar.’ En hier en daar hoorde je ook: ‘Ik heb geen gas aan boord, ik kook op een Origo-toestel en dat bevalt prima.’ Ik hoorde bij die laatste categorie; mijn Friendship 28 kocht ik compleet met Origo-spiritustoestel en daar kon ik prima mee uit de voeten. En ik was er op dat moment dan ook heel blij mee.

Twee jaar later deden we opnieuw Terschelling aan. De volgende ochtend slenterde ik met mijn toilettas onder mijn arm en mijn handdoek om mijn nek in vakantietred terug naar mijn boot toen ik een bekende stem ‘Brand!!’ hoorde roepen. Ik sprintte naar mijn boot, dook over de twee boten heen waar we tegenaan lagen en sprong de kuip in. Mijn vriendin stond in paniek in de kajuitopening en ik zag de vlammen. Een blusdeken die voor het grijpen lag werkte niet. In één greep dook ik naar de brandblusser links naast de kajuitingang en spoot de inhoud leeg over mijn veelgeprezen Origo. Dat hielp. Brand geblust. Toen we weer bij zinnen waren keken we verbijsterd rond. De hele boot was vanbinnen blauw. Niet van de rook, maar van de inhoud van de poederblusser.

De havenmeester was duidelijk wel wat gewend. Even later kwam hij aanvaren. ‘Brandje gehad, hoorde ik? Enne… een poederblusser zeker, haha. Nou meiden, veel succes en ga maar even bij het tankstation liggen, anders zit dat blauwe spul straks overal.’

Het kostte ons een hele dag, maar mijn boot is nog nooit zo schoon geweest. Ik heb alleen even zachtjes gevloekt toen ik het Origo-toestel openmaakte en de sticker aan de binnenkant las: Bij eventuele brand blussen met water.

Gelezen: 52 keer